Nieuwsblog

De ongelijkheidsepidemie: tieners uit gezinnen met een lagere materiële welvaart lopen hogere risico’s op obesitas, fysieke inactiviteit en een slecht dieet

Eind mei werd een vierde rapport van WHO/Europa gepubliceerd waarin alarmerende ongelijkheden in voeding, lichaamsbeweging en gewicht bij adolescenten uit verschillende sociaaleconomische achtergronden werden onthuld.

Deze post is gebaseerd op het internationale persbericht van WHO Europe Office

Een nieuw rapport van WHO/Europa onthult alarmerende ongelijkheden in de gezondheid van jongeren, waarbij jongeren uit minder welvarende gezinnen onevenredig worden getroffen. Het rapport, gebaseerd op data van bijna 280.000 adolescenten uit 44 landen die deelnemen aan de Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) studie, benadrukt ongezonde eetgewoonten, stijgende percentages overgewicht en obesitas en lage niveaus van fysieke activiteit bij jongeren.

Stijging ongezonde eetgewoonten

Het rapport schetst een zorgwekkend beeld van de eetgewoonten van adolescenten, met een bijzondere focus op de afname van gezonde eetgewoonten en de toename van ongezonde voedselkeuzes. Minder dan twee op de vijf adolescenten (38%) eet dagelijks fruit of groenten en deze cijfers dalen met de leeftijd (van 45% van de 11-jarigen tot 33% van de 15-jarigen voor fruit, en van 40% tot 36% voor groenten). Verontrustend genoeg meldt meer dan de helft van de adolescenten dat ze dagelijks geen fruit of groenten eten (56% van de jongens en 51% van de meisjes van 15 jaar).

Daarentegen blijft de consumptie van snoep en suikerhoudende dranken hoog, met één op de vier adolescenten (25%) die dagelijks snoep of chocolade eet. Dit percentage is hoger bij meisjes (28%) dan bij jongens (23%) en is sinds 2018 gestegen, vooral bij meisjes (van 23% naar 27% voor 11-jarige meisjes en van 26% naar 28% voor 15-jarige meisjes). Hoewel de dagelijkse consumptie van frisdrank een kleine algemene daling heeft laten zien sinds de laatste enquête in 2018, bedraagt de prevalentie in 2022 nog steeds 15% van de adolescenten, met hogere percentages bij jongens (16% versus 14% voor meisjes).

Het rapport onthult ook een verontrustend verband tussen sociaaleconomische status en ongezonde eetgewoonten, waarbij adolescenten uit gezinnen met een lagere materiële welvaart vaker suikerhoudende dranken consumeren (18% versus 15%) en minder vaak dagelijks fruit (32% versus 46%) en groenten (32% versus 54%) eten. Dr. Martin Weber, Team Lead for Quality of Care en Program Manager of Child and Adolescent Health bij WHO/Europa, zei: “De betaalbaarheid en toegankelijkheid van gezonde voedselopties zijn vaak beperkt voor gezinnen met lagere inkomens, wat leidt tot een hogere afhankelijkheid van bewerkte en suikerhoudende voedingsmiddelen, wat schadelijke effecten kan hebben op de gezondheid van adolescenten.”

Overgewicht en obesitas, een groeiende bezorgdheid

De prevalentie van overgewicht en obesitas bij adolescenten is al lang een belangrijk volksgezondheidsprobleem, met meer dan 1 op de 5 adolescenten die erdoor wordt getroffen. Dit cijfer is sinds de laatste enquête in 2018 gestegen, van 21% naar 23% in 2022. De percentages van overgewicht en obesitas zijn hoger bij jongens (27%) dan bij meisjes (17%).

Verontrustend genoeg hebben adolescenten uit minder welvarende gezinnen meer kans op overgewicht of obesitas (27% vergeleken met 18% van hun welvarender leeftijdsgenoten). Deze ongelijkheid benadrukt de dringende noodzaak om de onderliggende sociaaleconomische factoren aan te pakken die bijdragen aan deze trends.

Fysieke inactiviteit zorgwekkend

Het rapport roept ook zorgen op over lage niveaus van fysieke activiteit onder adolescenten. De WHO raadt aan dat jongeren gemiddeld minstens 60 minuten matige tot intensieve fysieke activiteit per dag krijgen. Het rapport toont aan dat slechts 25% van de jongens en 15% van de meisjes deze aanbeveling halen.

Hoewel 60% van de adolescenten voldoet aan de WHO-aanbeveling voor intensieve fysieke activiteit van minstens drie keer per week, is dit percentage lager bij meisjes (51%) vergeleken met jongens (69%). Deze genderkloof wordt groter met de leeftijd, waarbij 65% van de 11-jarige meisjes aan de aanbeveling voldoet vergeleken met slechts 46% van de 15-jarige meisjes. Sociaaleconomische ongelijkheden zijn opnieuw duidelijk, waarbij adolescenten uit welvarendere gezinnen hogere niveaus van zowel matige tot zware fysieke activiteit (16% versus 26%) als intensieve fysieke activiteit (51% versus 69%) rapporteren.

Brede implicaties en volksgezondheidszorgen

De ongelijkheden die in het rapport worden belicht, hebben verstrekkende implicaties die verder gaan dan directe gezondheidszorgen. De lange termijn gezondheidsgevolgen van ongezonde eetgewoonten, fysieke inactiviteit en overgewicht/obesitas tijdens de adolescentie kunnen ernstig zijn en leiden tot een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, type 2 diabetes en bepaalde soorten kanker. Deze aandoeningen beïnvloeden niet alleen het individuele welzijn, maar leggen ook een significante druk op gezondheidszorgsystemen en economieën.

“Regelmatige lichaamsbeweging, gezonde eetgewoonten en het behouden van een gezond gewicht zijn essentiële elementen van een gezonde levensstijl.” zei dr. Hans Henri P. Kluge, WHO regionaal directeur voor Europa. “De bevindingen van het rapport signaleren de noodzaak van gerichte interventies om adolescenten in staat te stellen gezondere gedragingen aan te nemen en gewoonten te vermijden die niet alleen hun huidige gezondheid en welzijn beïnvloeden, maar ook hun toekomstige trajecten als volwassenen.”

“Bovendien dragen de sociaaleconomische ongelijkheden in gezondheidsgewoonten van adolescenten bij aan een vicieuze cirkel van achterstand” vervolgde dr. Kluge. “Kinderen uit minder welvarende gezinnen hebben meer kans op negatieve gezondheidsuitkomsten, wat hun onderwijsprestaties, werkvooruitzichten en algehele levenskwaliteit kan belemmeren. Dit bestendigt sociale ongelijkheden en beperkt kansen op sociale mobiliteit.”

De bevindingen van de HBSC-studie hebben ook implicaties voor het bereiken van wereldwijde gezondheidstargets, zoals die onder de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling. In het bijzonder sluit de focus van het rapport op de gezondheid van adolescenten aan bij SDG-doelstelling 3.4, die landen oproept om tegen 2030 de vroegtijdige sterfte door niet-overdraagbare ziekten met een derde te verminderen. Door de onderliggende oorzaken van gezondheidsongelijkheden aan te pakken en gezonde gedragingen onder adolescenten te bevorderen, kunnen landen bijdragen aan het bereiken van dit ambitieuze doel.

Zorgwekkende trends in middelengebruik bij adolescenten, volgens nieuw onderzoek van WHO/Europa

Alcohol is de meest gebruikte substantie, terwijl e-sigaretten populairder zijn dan traditionele sigaretten.

Deze post is gebaseerd op het internationale persbericht van WHO Europe Office

In heel Europa, Centraal-Azië en Canada ontstaat een zorgwekkend beeld van middelengebruik bij adolescenten, zo blijkt uit een nieuw rapport van WHO/Europa. Meer dan de helft van de 15-jarigen heeft geëxperimenteerd met alcohol en 1 op de 5 heeft recent e-sigaretten gebruikt. De nieuwe gegevens van de Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) studie benadrukken een verkleining van de genderkloof in middelengebruik, wat de noodzaak onderstreept voor gerichte preventiestrategieën.

Enkele belangrijke bevindingen:

  • Prevalentie van alcoholgebruik: alcohol is de meest geconsumeerde substantie onder adolescenten, met 57% van de 15-jarigen die minstens één keer alcohol hebben geprobeerd en bijna 4 op de 10 (37%) die aangaven in de afgelopen 30 dagen alcohol te hebben gedronken.
  • De populariteit van e-sigaretten: e-sigaretten hebben de traditionele sigaretten in populariteit overtroffen, met 32% van de 15-jarigen die ooit e-sigaretten hebben gebruikt en 20% in de afgelopen 30 dagen.
  • Trends in cannabisgebruik: cannabisgebruik vertoont een lichte daling, waarbij het percentage 15-jarigen dat ooit cannabis heeft gebruikt, is gedaald van 14% in 2018 naar 12% in 2022.
  • Verkleining van de genderkloof: de ongelijkheid in middelengebruik tussen jongens en meisjes verkleint snel, waarbij meisjes tegen de leeftijd van 15 jaar jongens evenaren of overtreffen in tabaks-, alcohol- en e-sigarettengebruik.

Wijdverspreid alcoholgebruik

Alcohol is veruit de meest gebruikte substantie onder adolescenten. Meer dan de helft (57%) van de 15-jarigen heeft minstens één keer alcohol geprobeerd en bijna 4 op 10 (37%) meldde in de afgelopen 30 dagen alcohol te hebben gedronken.

Ongeveer 1 op de 10 (9%) adolescenten in alle leeftijdsgroepen is minstens twee keer dronken geweest in hun leven. Een percentage dat alarmerend stijgt van 5% op 13-jarige leeftijd tot 20% op 15-jarige leeftijd, wat een escalerende trend in alcoholmisbruik onder jongeren aantoont. Een gelijkaardig patroon wordt gezien voor dronkenschap in de afgelopen 30 dagen. Een stijging van 5% onder 13-jarigen tot een alarmerende 15% onder 15-jarigen wordt vastgesteld.

Deze bevindingen benadrukken hoe beschikbaar en genormaliseerd alcoholgebruik is en noopt tot gerichte interventiestrategieën om dit groeiende probleem van drinken bij minderejarigen aan te pakken.

E-sigaretten zijn populairder dan traditionele sigaretten

Het gebruik van e-sigaretten wordt steeds populairder onder adolescenten. Het onderzoek toonde aan dat ongeveer een derde (32%) van de 15-jarigen ooit e-sigaretten had gebruikt en 20% had ze in de afgelopen 30 dagen gebruikt. Dit vergeleken met 25% van de 15-jarigen die ooit een sigaret hadden gerookt en 15% die in de afgelopen 30 dagen een sigaret hadden gerookt. De wijst erop dat e-sigaretten de traditionele sigaretten in populariteit hebben overtroffen.

Een hoger aandeel van e-sigaretgebruik in vergelijking met sigaretten roken is al te zien vanaf de leeftijd van 13 jaar: 11% van de 13-jarigen meldt ooit een sigaret te hebben gerookt, vergeleken met 16% die ooit een e-sigaret hebben gebruikt. Van de 13-jarigen geeft 5% aan een sigaret gerookt te hebben in de afgelopen 30 dagen, vergeleken met 9% die een e-sigaret hebben gebruikt.

Cannabisgebruik daalt licht

Meer dan een op de tien (12%) 15-jarigen meldt ooit cannabis te hebben gebruikt, een lichte daling sinds 2018 (gedaald van 14%). Terwijl 6% van de 15-jarigen meldt cannabis te hebben gebruikt in de afgelopen 30 dagen. Vroeg cannabisgebruik kan leiden tot afhankelijkheid en problematische gebruikspatronen later in het leven. Preventie-inspanningen die zijn afgestemd op adolescenten zijn cruciaal om deze risico’s te verminderen en gezonde keuzes te bevorderen.

Genderkloof verkleint: meisjes halen jongens in

Een opvallende bevinding in het rapport is de kleiner wordende kloof tussen jongens en meisjes in middelengebruik. Historisch gezien lag middelengebruik doorgaans hoger bij jongens dan meisje, maar dit wijzigt stilaan. Op 15-jarige leeftijd evenaren meisjes niet alleen jongens in, maar overtreffen ze hen zelfs voor bepaalde categorieën van middelengebruik. Dit omvat vooral het gebruik van tabak, e-sigaretten en alcohol. Dit benadrukt de noodzaak van genderspecifieke interventies om deze trends effectief aan te pakken.

Preventiemaatregelen zijn nodig om de gezondheid van adolescenten te beschermen

“Het wijdverspreide gebruik van schadelijke stoffen onder kinderen in veel landen in de Europese Regio is een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid.” zegt dr. Hans Henri P. Kluge, regionaal directeur van WHO voor Europa. “Aangezien de hersenen zich blijven ontwikkelen tot in het midden van de twintig, moeten adolescenten worden beschermd tegen de effecten van giftige en gevaarlijke producten. Helaas worden kinderen tegenwoordig voortdurend blootgesteld aan gerichte online marketing van schadelijke producten terwijl populaire cultuur, zoals videogames, deze normaliseert. WHO/Europa werkt samen met landen om ervoor te zorgen dat alle jongeren, overal, de best mogelijke start in het leven krijgen. Dit betekent hen beschermen tegen giftige en verslavende producten die hun kwaliteit van leven in de komende jaren kunnen beïnvloeden.”

Om het gebruik van alcohol, nicotine en tabaksproducten te verminderen en te voorkomen bij jongeren, moeten uitgebreide maatregelen, zoals uiteengezet in verschillende internationale verdragen en WHO-aanbevelingen, dringend worden geïmplementeerd. Deze omvatten, maar zijn niet beperkt tot:

  • de verhoging van accijnzen
  • het beperken van de beschikbaarheid van nicotine- en tabaksproducten en alcohol, bijvoorbeeld door verkorte verkoopuren of verkooppunten, en de handhaving van minimumleeftijden voor het kopen van de producten
  • het verbieden van alle smaakstoffen, inclusief menthol en synthetische mentholanalogen in alle nicotine- en tabaksproducten
  • en het handhaven van een algeheel verbod op reclame, promotie en sponsoringsmogelijkheden op reguliere en sociale media

Pesten en geweld bij adolescenten: Vlaamse jongeren in een internationale context

Eind maart verscheen het tweede rapport van de internationale Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) studie. Dit rapport biedt gedetailleerde inzichten in het voorkomen van pesten en geweld bij jongeren in Europa, Centraal-Azië en Noord-Amerika.

Deze post is gebaseerd op het internationale persbericht van WHO Europe Office

Hoewel de cijfers voor pesten op school stabiel bleven, neemt cyberpesten toe. Enkele belangrijke bevindingen worden hieronder toegelicht.

Klassiek pesten

Pesten blijft wereldwijd een probleem. Op internationaal vlak geeft gemiddeld 6% van de adolescenten aan anderen regelmatig gepest te hebben in de afgelopen maanden (minstens twee tot drie keer per maand). Dit gedrag komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes, ook in Vlaanderen. Vlaamse jongeren scoren gemiddeld wel iets beter (4% van de Vlaamse jongeren gaf aan anderen regelmatig te pesten) en eindigen eerder laag in de internationale ranking.

Gemiddeld wordt 11% van de adolescenten regelmatig gepest, met zeer kleine verschillen tussen jongens en meisjes. In Vlaanderen ligt deze prevalentie iets lager op 9%, maar er is nog ruimte voor verbetering.

Cyberpesten: een groeiende zorg

Cyberpesten lijkt aan een opmars bezig. Dit brengt unieke uitdagingen met zich mee die verder gaan dan de schoolpoorten en tot in de veilige haven van de thuisomgeving van jongeren reiken. De nieuwste gegevens tonen aan dat gemiddeld 12% van de adolescenten anderen regelmatig gecyberpest hebben in de afgelopen maanden (minstens één tot twee keer per maand). In analogie met klassiek pesten, komt dit gedrag vaker voor bij jongens dan meisjes. Vlaamse jongeren volgden dit globale patroon, al lag de prevalentie wat lager op gemiddeld 10%.

Het rapport toont dat gemiddeld 16% van de adolescenten aangeeft slachtoffer te zijn van cyberpesten, zonder duidelijke verschillen tussen jongens en meisjes op internationaal vlak. In Vlaanderen worden wel duidelijke geslachtsverschillen gevonden: meisjes worden doorgaans vaker gecyberpest dan jongens.

In het licht van deze uitdagingen benadrukte dr. Joanna Inchley, internationale coördinator van de HBSC-studie: “De digitale wereld biedt geweldige mogelijkheden voor leren en verbinden, maar vergroot ook uitdagingen zoals cyberpesten. Dit vereist uitgebreide strategieën om het mentale en emotionele welzijn van onze jongeren te beschermen. Het is cruciaal dat overheden, scholen en gezinnen samenwerken om online risico’s aan te pakken en ervoor te zorgen dat adolescenten veilige en ondersteunende omgevingen hebben waarin ze kunnen gedijen.”

Dit rapport is een wake-up call voor ons allemaal om pesten en geweld aan de kaak te stellen, waar en wanneer het ook gebeurt,” verklaarde dr. Hans Henri P. Kluge, regionaal directeur van de WHO voor Europa. “Met jongeren die tot 6 uur per dag online doorbrengen, kunnen zelfs kleine veranderingen in de cijfers van pesten en geweld grote gevolgen hebben voor de gezondheid en het welzijn van duizenden. Van zelfbeschadiging tot zelfmoord, we hebben gezien hoe cyberpesten in al zijn vormen de levens van jongeren en hun families kan verwoesten. Dit is zowel een gezondheids- als een mensenrechtenkwestie, en we moeten onze kinderen beschermen tegen geweld en schade, zowel offline als online.”

Om deze reden heeft WHO/Europa onlangs haar allereerste standpunt gepubliceerd over het beschermen van kinderen tegen online schade. Dit document zal overheden ondersteunen bij het formuleren van consistente verzoeken aan technologiebedrijven, met als algemeen doel het creëren van gezonde online omgevingen waarin kinderen kunnen gedijen.

Mentale gezondheid in Europa, Centraal-Azië en Canada: meisjes hebben het zwaarder dan jongens

De recente HBSC-studie onthult dat een kwart van de 15-jarige meisjes zich meestal of altijd eenzaam voelt. Dit benadrukt de nood voor geestelijke gezondheidsinterventies specifiek afgestemd op vrouwen en meisjes.

Deze post is gebaseerd op het internationale persbericht van WHO Europe Office

Adolescente meisjes ervaren over de ganse lijn een slechtere mentale gezondheid in vergelijking met jongens. Deze ongelijkheden nemen bovendien toe naarmate ze ouder worden, waarbij 15-jarige meisjes de meest zorgwekkende resultaten laten zien. Zo blijkt uit een nieuw rapport van WHO Europe office dat vandaag op Werelddag Geestelijke gezondheid werd gelanceerd.

Het rapport “Focus on adolescent mental health and well-being in Europe and Central Asia” is gebaseerd op gegevens uit de Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) studie 2021/2022. Deze enquête bevroeg de gezondheid, gezondheidsgedragingen en de sociale omgeving van bijna 280.000 jongens en meisjes in 44 landen in Europa, Centraal-Azië en Canada.

Opmerkelijk is dat meisjes systematisch een lagere levenstevredenheid, slechter mentaal welzijn en zelf gerapporteerde gezondheid rapporteerden. Ze meldden ook vaker gevoelens van eenzaamheid in vergelijking met jongens, waarbij ongeveer een kwart van de 15-jarige meisjes aangaf zich meestal of altijd eenzaam te voelen in het afgelopen jaar, tegenover ongeveer één op zeven jongens.

Een langdurig patroon

Hoewel er aangenomen wordt dat de COVID-19-pandemie en de genomen maatregelen een rol hebben gespeeld, blijkt uit het rapport dat deze factoren niet de enige verklaring kunnen zijn. Al sinds 2018 – dus voor de pandemie – was er al een afname in de levenstevredenheid en de zelf gerapporteerde gezondheid van de adolescenten op te merken, met name bij meisjes. Tegelijkertijd werd er sinds 2014 een stijging in gezondheidsklachten, zoals slaapproblemen, rugpijn, hoofdpijn en neerslachtigheid vastgesteld.

Dr. Hans Henri P. Kluge, Regionaal Directeur WHO Europe, stelt: “Het is onze collectieve verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat ze de ondersteuning en middelen krijgen die ze nodig hebben om deze uitdagingen succesvol aan te gaan. Vorige maand heeft WHO/Europe het Youth4Health Network gelanceerd, dat jongeren een plaats aan tafel zal geven bij de beslissingen over hun gezondheid en welzijn. Vandaag – op Werelddag Geestelijke Gezondheid –benadrukken we het cruciale belang van de geestelijke gezondheid van jongeren.”

De enquête onthulde ook dat één op de drie adolescenten zich in de afgelopen zes maanden vaker dan eens per week zenuwachtig of prikkelbaar voelde. Een op de vier meldde slaapproblemen (29%) en/of gevoelens van neerslachtigheid (25%). Een op de vijf (20%) meldde frequent hoofdpijn te ervaren.

Het rapport bevestigt verder opnieuw duidelijke verschillen in mentale gezondheid naargelang socio-economische status, waarbij de algehele gezondheid slechter is bij adolescenten uit minder welvarende gezinnen.

Vroegtijdige interventies met een focus op scholen

De bevindingen benadrukken het belang van vroegtijdig ingrijpen. Hoewel niet alle adolescenten die een slechte mentale gezondheid ervaren specialistische behandelingen zoals van een psycholoog of psychiater nodig zullen hebben, kunnen ze hier op langere termijn wel nood aan hebben indien dergelijke klachten niet onmiddellijk worden aangepakt. Scholen kunnen hierin een cruciale rol spelen omdat ze in de meeste landen als het eerste contactpunt fungeren voor adolescenten met mentale gezondheidsproblemen.

Het monitoren van het mentaal welzijn van kinderen en adolescenten, zoals via de HBSC-enquêtes, kan helpen bij het beoordelen van de impact van nationale of regionale initiatieven om de geestelijke gezondheid en het welzijn te verbeteren. Jo Inchley, HBSC International Coordinator, merkte op: “Met de lange termijn trends van HBSC kunnen we de impact van bredere maatschappelijke veranderingen en individuele levensstijlen op de gezondheidsresultaten voor adolescenten volgen. Belangrijk is dat het ons in staat stelt om te luisteren naar de jongeren zelf over wat voor hen belangrijk is en welke factoren hun gezondheid en welzijn beïnvloeden. Hoewel er veel uitdagingen zijn om aan te pakken, benadrukt de data ook het belang van het bieden van zorgzame en ondersteunende omgevingen waarin adolescenten kunnen gedijen.”

Dr. Kluge concludeerde: “De bevindingen uit deze enquête zijn verontrustend. Jongeren vertellen ons dat ze zich niet goed voelen, en het is aan ons, volwassenen en besluitvormers, om naar hen te luisteren en actie te ondernemen. Onze enquête benadrukt de dringende behoefte aan meer op maat gemaakte geestelijke gezondheidsinterventies voor meisjes en vrouwen, zowel op scholen als thuis en in de gemeenschap. En hoewel jongens mogelijk niet dezelfde mate van geestelijke gezondheidsproblemen melden, moeten zij ook worden gesensibiliseerd om te letten op tekenen van ongemak, angst of eenzaamheid, zowel bij zichzelf als bij anderen. Samen kunnen we ervoor zorgen dat geestelijke gezondheid echt overal in onze regio van belang is.”

E-sigaret in opmars bij Vlaamse jongeren

Een nieuwe reeks resultaten van de HBSC-bevraging bij 20.000 Vlaamse jongeren tussen 11 en 18 jaar toont dat ze meer vapen. Het percentage jongeren dat de voorbije maand minstens eenmaal een e-sigaret gebruikte, verdubbelde tussen 2018 en 2022 van 5,1% naar 11,9%. Ook het aandeel jongeren dat de afgelopen maand minstens eenmaal gerookt heeft, nam licht toe van 8,8% in 2018 naar 10,1% in 2022. Er is daarbij duidelijke een verschil naargelang opleidingsvorm: beduidend meer jongeren uit het bso dan uit het aso roken en vapen.

Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Hilde Crevits: “De resultaten van deze studie geven aan hoe belangrijk preventie en sensibilisering is. Wie te veel alcohol drinkt of rookt, loopt risico’s op het vlak van zijn of haar gezondheid. Vanuit Vlaanderen lopen er acties zoals een sensibiliseringscampagne van Kom op tegen Kanker over roken bij jongeren die we mee financieren en de verzamelbundel Nognito om klasgesprekken over alcohol te voeren. Het zijn inspanningen die we blijvend moeten leveren.”

De HBSC-studie verzamelt gegevens van wat jongeren zelf rapporteren over hun gebruik van sigaretten en e-sigaretten, alcohol en cannabis.

De voornaamste bevindingen: 

 Alcohol

  • Het aandeel jongeren dat minstens eenmaal in voorbije 30 dagen alcohol consumeerde, nam licht af: van 35,0% in 2018 naar 33,1% in 2022
  • Jongens drinken frequenter dan meisjes (enkel voor wijn werd er geen geslachtsverschil gevonden), vooral qua bierconsumptie is er een groot verschil: 15,4% van de jongens geeft aan wekelijks bier te consumeren vs. 8,2% van de meisjes. Die frequentie ligt voor alle dranken hoger bij jongeren uit het bso dan uit het aso.

Roken

  • Het aandeel jongeren dat minstens eenmaal in voorbije 30 dagen rookte, nam licht toe van 8,8% in 2018 naar 10,1% in 2022.
  • Opvallend is de toename in het gebruik van de e-sigaret; dubbel zoveel jongeren gaf aan de voorbije maand minsten eenmaal een e-sigaret te hebben gebruikt: van 5,1% in 2018 naar 11,9% in 2022.
  • Jongeren uit het bso roken meer sigaretten dan in het aso: 26,6% van de bso-jongeren gaf aan de voorbije maand te hebben gerookt vs. 11,9% in het aso. Hetzelfde zien we bij de e-sigaret: 27,6% in het bso vs. 15,9% in het aso.
  • Wat ook opvalt is een behoorlijke stijging van het roken bij de 15-16-jarigen en dan vooral bij de meisjes. Waar in 2018 nog 9,5% van de meisjes antwoordde de voorbije maand te hebben gerookt, is dat in 2022 14,0%.

Stefaan Hendrickx van het Vlaams Instituut Gezond Leven vzw: “De verdubbeling in het laatstemaandgebruik van de e-sigaret is opmerkelijk. Uit de leerlingenbevraging van de VAD weten we dat de overgrote meerderheid van de e-sigaretgebruikers jongeren zijn die al roken of eerder gerookt hebben.”

Suzanne Gabriels van Stichting tegen Kanker:  “We denken niet dat de e-sigaret de plaats van de sigaret inneemt bij jongeren. Integendeel: beide vormen van nicotinegebruik zitten in stijgende lijn.”

Cannabis

Algemeen bleef cannabisgebruik stabiel tussen 2018 en 2022. In 2018 gaf 7% van de jongeren aan de voorbije maand  cannabis te hebben gebruikt, in 2022 7,1%. Het cannabisgebruik was het meest prevalent bij de jongens in vergelijking met de meisjes. Zo gaf respectievelijk 8,4% van de jongens aan de voorbije 30 dagen gebruikt te hebben tegenover 5,8% bij de meisjes.

Een overzicht van de onderzoeksresultaten kunt u raadplegen op de materialen sectie van deze website.